Vormgeefster en vriendin Kris Kobes was op Into The Great Wide Open (zij wel, grmbl) en was gevraagd videocollages te maken van het festival en de mensen en natuur op Vlieland. Ze heeft het volgens mij aardig naar haar zin gehad, getuige enkele losse flodders op Facebook. Voor 1 van de filmpjes die ze gemaakt heeft op het festival heeft ze een liedje van mij gebruikt. Het filmpje heet Schaduwtheater. “Muziek is bij dit alles meer dan achtergrondbehang.” Mooi gezegd. Erg mooie filmpjes. Aanschouwt:
Denkend aan Vlieland in een Brabantse sportkantine
22 FebAfgelopen zondag speelde ik een sportkantine in Nuenen. Dat ligt vlakbij Eindhoven. Ontzettend aardige mensen met hart voor de zaak. En ze doen het al 25 jaar lang, concerten organiseren. Toch bekroop me even een zorgelijk gevoel toen ik mijn entree maakte. Om mij heen doorgezeten leren bankstellen, veel spullen van de IKEA ook, een houten plafond en tegels op de vloer. Badend in het licht van tl-lampen. Uiteindelijk druppelden een tiental buurtbewoners binnen die de verdere avond niet weg te slaan waren van de bar. Ik raapte alle moed bij elkaar en begon te spelen.
Na een paar liedjes bekroop mij de nare herinnering aan een voorval in een café in Vlieland. Ik speelde hier eens op uitnodiging van een lokale muzikale held. Het café was echter niet heel geschikt voor gevoelige tokkelliedjes. Mijn muziek deed de uitbaatster in ieder geval weinig goed. Naast de waardin en ik was slechts een handjevol drinkebroers aanwezig. Het was herfst en op het hele eiland was geen muziekminnende toerist te bekennen.
De bazin bleek hoe dan ook bang dat ook haar laatste klanten de bar zouden verlaten. Na het inzetten van nummer vier raadde ze me met zachte drang aan dat ik beter kon ophouden met spelen, mocht ik zelf nog een biertje willen bestellen. Ik koos eieren voor mijn geld en besloot ook maar plaats te nemen aan de bar. Het was de enige en hopelijk ook de laatste keer dat ik tijdens een optreden gesommeerd werd om mijn gitaar in te pakken.
In Nuenen voelde ik dezelfde bui in de lucht hangen. Mijn vrees bleek gelukkig ongegrond. Een vrijwilliger zette voortdurend nieuwe fluitjes naast mijn stoel. Ik maakte enthousiast kringen op de tegelvloer. En niemand die er wat van zei. Het aanwezige publiek luisterde geduldig en gaf applaus na ieder nummer. Misschien ligt het aan de vriendelijkheid van de Brabander. Drank gaat er in ieder geval goed samen met muziek. In Vlieland was ik waarschijnlijk al lang drooggelegd of de kroeg uit gejaagd. Lang leve de fijne mensen dus van de sporkantine in Nuenen.



