Laatst had ik een rare droom. Ik zat op mijn werk en werd plotseling ontvoerd door buitenaardse wezens. Ze brachten me naar een planeet waar alleen maar amateurkunstenaars woonden. Het was er een gezellige boel. Maar ze hadden wat structuur nodig. Badend in het zweet, maar met een glimlach op mijn gezicht werd ik wakker.

Een onwaarschijnlijke maar geniale achtergrond van een cultureel festival: reusachtige voedersilo's. Tegen een strakblauwe lucht.
Het bleek een voorbode te zijn van de gebeurtenissen afgelopen zondag. Veghel was de planeet met de amateurkunstenaars en het Slokdarmfestival bracht de structuur aan. Het is een van de leukste festivals waar ik ooit gespeeld heb. Op alle pleinen in de stad, in een park en rond een industrieel complex dat tot monument is uitgeroepen, stonden gigantische podia opgesteld waar podiumkunstenaars van divers pluimage hun kunsten lieten zien. Iedereen in de wijde omtrek die geen kunst maakte, leek zich te hebben opgeworpen als vrijwilliger; de man van middelbare leeftijd met draaisnor achter het bonnenloket tot het jonge rocksterretje met pluissnor als stagehand bij een van de vele podia.
Muzikanten, theatermakers, schrijvers, beeldend kunstenaars en alles wat hier tussen zit toverden het normaal gesproken misschien wat stille Veghel om tot een culturele varkensstal. Fabriekshallen waren bekleed met manshoge schilderdoeken. Gigantische ooievaarsnesten lagen te rusten op voedersilo’s. Fietsroutes leidden het publiek langs markante plekjes op het festivalterrein. Asbakken wogen een kilo en waren van roestig metaal. Op pleinen lagen bierdopjes in kleurige patronen in de zon te blinken. In het Julianapark keken reusachtige bomen tevreden neer op tienduizenden mensen, die muziek maakten, boetseerden, in het water speelden of het wereldrecord aardappeltaart bakken aan het verbreken waren.
Een zooitje ongeregeld van verontrustende omvang. Maar alles begon op tijd, de rijen voor de biertap waren maar één man dik en ik wist mijn Opel Corsa bij ieder optreden vlak naast het podium te manoeuvreren. Ik speelde twee keer, het optreden op een industrieel terrein aan een kanaal aan de rand van het centrum was het mooiste. Het podium was van beton, lag in de schaduw van zes gigantische voedersilo’s en verroeste, tot kunstwerken verwrongen stukken metaal fleurden het festivalterrein op. Brabantse gezelligheid tierde welig. Als dit festival in Amsterdam had plaats gevonden was het wereldberoemd, bedacht ik me. En zou het waarschijnlijk een stuk minder gezellig zijn geweest.
Ondanks of misschien dankzij de naam: Slokdarmfestival go!






