Lekker buiten spelen. Vier optredens in een week tijd. Ik had niet afgesproken met vriendjes, maar die kwamen gelukkig vanzelf aanwaaien. Buiten regende het onafgebroken, binnen was het droog en warm. Vorige week vrijdag kwam in café Averechts Casper Adrien plus vriendin aanschuiven voor een warme choco en een paar liedjes. Ik was tot mijn onderbroek natgeregend bij aankomst, gelukkig wachtte mij een zachte theedoek en een pint. En Casper dus ook nog. Fijne vent die Casper, misschien wel een van de meest overtuigende songwriters van Utrecht. In ieder geval een rouwdouwer. Op Popronde Amersfoort een dag later speelde hij drie keer op een dag.

Uit de oude doos: ik backstage in Doornroosje, voor de lens van Ilse Lambert. In het voorprogram van Milow, gillende meisjes beneden aan de trap.
Even onvermoeibaar lijk ik zelf soms ook. Afgelopen dinsdag reisde ik twee en een half uur naar Heerlen om in Mondriaan, een instelling voor geestelijke gezondheid, vier liedjes te spelen. Ik voelde de bui al hangen toen ik de parkeerplek van een ziekenhuis opreed. Ik voegde mij in het programma tussen de Andrea Borcelli uit het naburige Vaals, patiënten op therapeutische klankschalen en iemand die Erik Satie naar de kroon probeerde te steken. De activiteitencommissie van Mondriaan had voor volgende week Armand weten te strikken. Er kwam een angstbeeld bij me op van ik over dertig jaar, kreupel liedjes tokkelend in ziekenhuizen. Ik stapte snel in de auto en liet Limburg in rap tempo achter me.
Er was in ieder geval veel publiek in Mondriaan. Anders dan in Wijnlokaal 1900 in Den Haag, waar een dappere bezoeker zichzelf voorzag van een kaasplank om de tijd door te komen met mijn liedjes. Ik speelde aan de bar vanwege de rust. Even later kwam een acteur die bij de buren een theatervoorstelling gaf van een boek van Dostojevski nog even langs. Hij nam het publiek aldaar van twee man met zich mee, zodat het inclusief personeel toch nog een gezellige bedoening werd. Het werd zelf zo gezellig, dat ik mijn trein miste op een minuut. Later pakte ik noodgedwongen in Gouda een taxi terwijl de storm hele bomen tegelijk over de weg blies. Het was een leuke taxichauffeur. Ik had niks verdiend, maar ook niks verloren.
Afgelopen vrijdag speelde ik op een echt podium. De lokale oefenbunker in Leiden, de Q-Bus, onlangs nog gerenoveerd. Helaas mocht er niet harder worden gespeeld dan 100 dB vanwege een klagende buurman, wat voor de bassist en drummer van Tududuh serieuze problemen opleverde. Ik was alleen en kleurde netjes binnen de geluidsnormen. Het aanwezige barpersoneel, organisator Minderbinder en hoofdact Junior Eats Alone (alleen al verantwoordelijk voor acht man) luisterde ingespannen en aandachtig. Het was het beste optreden van vier op een rij. Er werden enthousiast cd’s uitgewisseld tussen bands, helaas hield het publiek zijn hand op de knip. Zolang muzikanten elkaar maar bevriend houden.
Lekker buiten spelen dus. Niemand die weet waar je bent. Rond etenstijd waren we nog nergens te vinden. Moeders begonnen zich ongerust te maken. Buiten werd het langzaam donker en de storm trok steeds verder aan. Tegen het eten was ik nog niet thuis. Moeders ging maar slapen, de telefoon binnen handbereik. Maar die ging niet af. Ergens diep in de nacht kwam ik binnen stommelen. Hoe wat het? Het was fijn. Hoe was het op de weg? Leeg en verlaten. Soms weet ik ook niet precies waarom ik mij weer laat verleiden tot optredens ver van huis, maar ik sta er gelukkig nooit alleen voor. Veel bandjes ploegen zich een weg door het land, op zoek naar elkaar en mooie verhalen om op te schrijven.
Tags: cafe averechts, casper adrien, junior eats alone, marten de paepe, mondriaan heerlen, q-bus, tududuh, utrecht, wijnlokaal 1900


















